Nettopensioen en nettolijfrente

Geplaatst op : 19 september 2014

Nettopensioen is een mogelijkheid om pensioenverlies boven een salaris van € 100.000,- te compenseren. Over hoe u dit kunt vormgeven is meer duidelijk geworden door het ontwerpbesluit van Klijnsma en Wiebes.

Nettopensioen en nettolijfrente

Geen opbouw boven € 100.000,-
Werknemers met een salaris boven € 100.000,- (op voltijdsbasis) bouwen vanaf 2015 boven deze aftoppingsgrens geen pensioen meer op: geen ouderdomspensioen en ook geen nabestaandenpensioen. Deze maatregel is een onderdeel van de wettelijke pensioenverlagingen per 1 januari 2015. U kunt hierover lezen in ons artikel van maart en in ons artikel van juni.

Nettolijfrente
Iedereen kan straks boven een inkomen van € 100.000,- in de privésfeer pensioen opbouwen. Dit kan in een nettolijfrente. De inleg is dan niet fiscaal aftrekbaar, de uitkeringen zijn onbelast en de waarde is vrijgesteld van belastingheffing in box 3. Je kunt hiermee een pensioenopbouw bereiken die ongeveer overeenkomt met 1,875% middelloon per jaar.

Nettopensioen
Nettopensioen is nettolijfrente, maar dan via u als werkgever. U kunt dit aanbieden aan werknemers met een salaris boven € 100.000,-. Spreekt u een werkgeversbijdrage af? Dan moet u deze bijdrage ook betalen aan vergelijkbare werknemers die niet meedoen aan nettopensioen.

Valt u onder een verplicht bedrijfstakpensioenfonds (BPF) en biedt het pensioenfonds nettopensioen aan, dan bent u verplicht dit aan uw werknemers aan te bieden. U kunt voor een andere aanbieder dan uw BPF kiezen, als deze regeling gelijkwaardig is. Voor werknemers is nettopensioen altijd vrijwillig.

Hoeveel inleg is mogelijk?
Dit hangt af van de leeftijd. Hoe ouder, hoe hoger de maximale premie. U mag de leeftijdsafhankelijke staffel bij nettopensioen baseren op een rekenrente van 3%. Bij nettolijfrente geldt 4%. Dit betekent dat bij nettopensioen een hogere inleg mogelijk is, dan bij nettolijfrente. Anderzijds mag bij een 3%-staffel de opbouw niet uitkomen boven 1,875% middelloon per jaar. Toetsing hiervan doet de pensioenuitvoerder bij bepaalde gebeurtenissen, zoals waardeoverdracht en echtscheiding.

Nettolijfrente en nettopensioen
U ziet in de tabel belangrijke overeenkomsten en verschillen.


 Nettopensioen  Nettolijfrente
 Via werkgever of privé?  Via de werkgever  Privé
 Maximale premie  Leeftijdsafhankelijke staffel,
 gebaseerd op 3% rekenrente
 Leeftijdsafhankelijke staffel, gebaseerd op
 4% rekenrente
 Inkomensvoorzieningen  Ouderdoms-, partner-, of
 wezenpensioen
 Oudedagslijfrente, nabestaandenlijfrente of
 tijdelijke oudedagslijfrente
 Wie kan
 nabestaandenuitkering
 ontvangen?
 Partner en kinderen  Elke natuurlijke persoon die de
 belastingplichtige heeft aangewezen
 Mag de aanbieder
 medische waarborgen
 vragen?
 Nee, dat mag niet  Ja, dat mag (Toch doen sommige aanbieders 
 dit niet of slechts beperkt)
 Uitkeringsvormen  Levenslang in geld;
 ouderdomspensioen mag
 variëren binnen marge 100:75
 Levenslange of tijdelijke uitkering, vast en
 gelijkmatig, in geld of beleggingseenheden
 Aanbieders in de markt  Verzekeraar, PPI of
 pensioenfonds
 Verzekeraar, bank of beleggingsinstelling

Producten
De aanbieders stellen op dit moment de producten samen. Sommigen richten zich alleen op het overlijdensrisico, anderen ook op de opbouw voor later. Het gaat hierbij om nettolijfrentes.

Nettopensioen is formeel nog niet definitief. De Tweede Kamer kan het besluit op onderdelen nog aanpassen. Zodra het besluit definitief is, zullen veel van de aanbieders van nettolijfrente, dit product ook in de vorm van nettopensioen aanbieden. Wij houden u op de hoogte.


Dit artikel is onderdeel van de HR nieuwsbrief van september 2014.

Lees meer over:
Delen is niet mogelijk. Wijzig cookie instellingen
Reacties (0)
Plaats een reactie via een van uw sociale netwerken
Resterend aantal karakters: